tai ji

Tai ji (pinyin transcriptie van de Chinese karakters 太极 ) of tai chi (Engelse transcriptie) is een Chinese interne bewegingskunst (neijia). Tai ji wordt in het Engels vertaald als ‘the supreme ultimate’. Het is een praktische toepassing van daostische principes, zoals vermeld in de Dao de Jing.

Over het ontstaan van tai ji bestaat weinig duidelijkheid. Volgens recent onderzoek is het wellicht ontstaan in een daoistisch klooster nabij het Chen dorp. Doorheen de tijd zijn er verschillende stijlen ontstaan, die telkens vernoemd zijn naar de naam van de respectievelijke families.

Hier beschrijven we de lijn van meesters die relevant zijn binnen onze traditie.

  • Yang Lu-Chan (1799–1872 )wordt beschouwd als de vader van de yang stijl. Hij bracht tai ji naar het keizerlijke hof waardoor het grote bekendheid kreeg.
  • Zijn kleinzoon Yang Cheng-Fu (1883–1936) ontwikkelde de yang stijl trage vorm, onze huidige lange vorm.
  • Zheng Manqing (1902-1975), leerling van Yang Cheng-Fu, creeërde de yang stijl korte vorm.
  • Master Huang Xingxian (1910–1992) , leerling van Zheng Manqing, creeërde de 5 loosenings, stelde 18 patronen van tui shou (partneroefeningen) samen en voegde de Sanfeng Quaiquan (quick fist) toe.
  • Patrick Kelly (1950°), leerling van master Huang. Zijn grootste verdienste is wellicht het ontwikkelen van een duidelijk stap-per-stap trainingsproces en een sterke focus op tai ji als internal art. Hierdoor wordt de essentie van tai ji toegankelijk voor ieder die bereid is de nodige inspanning te doen vanuit een puur motief.